Het Parool 24 januari 2019 Het hoogste woord

Plezier vs. Presteren in de sport: Sportraad Amsterdam

De nadruk ligt te veel op het kweken van kampioenen

De sportvereniging om de hoek is voor jonge kinderen steeds vaker een arena waar zij zich moeten bewijzen in plaats van een speelveld waar zij vrijuit en met plezier een sportieve hobby kunnen beoefenen. En hoewel een beetje prestatiedruk nou eenmaal inherent is aan het beoefenen van sport – een penalty nemen is ook bij de pupillen spannend, net als die ene balkoefening bij de clubkampioenschappen – lijken we met z’n allen ook in de sport een beetje te zijn doorgeschoten.

Natuurlijk, in de topsport is het vaak van doorslaggevend belang hoe sporters omgaan met druk. Of deze nou zelf opgelegd is of van buitenaf komt. De ene heeft druk nodig om tot uitzonderlijke prestaties te kunnen komen, de ander bezwijkt er bijna onder of heeft er in het beste geval mee leren leven. Velen geven (achteraf) echter aan de druk regelmatig als onprettig of ongezond te hebben ervaren. De offers van een topsportcarrière, nietwaar?

Toch lijkt dit thema niet langer voorbehouden aan de absolute top. De druk is ook in de amateursport (onbewust) flink opgevoerd, tot aan de jongste jeugd toe. Om straks de top te kunnen halen (of het vlaggenschip van een vierde klasser) moeten jonge sportertjes al vroeg veel uren maken, zich constant meten met de besten en altijd gedisciplineerd spelen, zo is de gedachte. En hoewel de wetenschap openlijk twijfelt aan de voorspellende waarde van selectie op vroege leeftijd, kiezen heel veel amateurverenigingen – vaak onder druk van veeleisende ouders en vanwege de vermeende concurrentie met andere clubs – ervoor om hun jeugdopleiding net zo in te richten als professionele clubs.

Met stressvolle selectieweken, teleurgestelde kinderen en onrealistische verwachtingen van ouders die als gevolg daarvan hun kroost van club naar club slepen.

Juiste balans

Bestuurders, trainers en coaches lijken steeds vaker te denken dat succes en aanzien van een vereniging worden bepaald door het niveau waarop de jeugdselectieteams acteren en het aantal kampioenschappen dat behaald wordt. Hiermee zijn zij het werkelijke doel uit het oog verloren. Want op enkele clubs na hebben verenigingen – zeker in Amsterdam – niet als belangrijkste taak zo veel mogelijk kinderen klaar te stomen voor de top.

De belangrijkste functie van die zevenhonderd Amsterdamse sportverenigingen is zo veel mogelijk kinderen uit de directe omgeving te enthousiasmeren om te gaan en blijven sporten. Hiermee leveren ze een belangrijke bijdrage aan het maatschappelijk doel om zo veel mogelijk Amsterdammers in beweging te krijgen en houden, het liefst tot aan de veteranen toe.

Sportbonden, waaronder de KNHB en KNVB, lijken langzamerhand te erkennen dat de nadruk te veel is komen te liggen op het kweken van kampioenen. Een goed moment dus voor verenigingen om zich ook opnieuw af te vragen of zij er in zijn geslaagd een juiste balans te vinden tussen plezier en prestatie. Want met presteren is niets mis, zolang dit niet ten koste gaat van het plezier.

En zolang de prestaties van selectieteams maar niet alle aandacht voor andere teams overschaduwen. Een vereniging bestaat uit leden, talentvol of minder.

Allemaal betalen ze contributie en mogen ze dus verwachten dat ze kunnen deelnemen aan goed georganiseerde en aantrekkelijke trainingen onder begeleiding van didactisch vaardige trainers.

Vroegtijdige uitval

Dit is niet alleen eerlijker, een grotere groep kinderen zal ook meer plezier beleven aan sport waardoor vroegtijdige uitval afneemt en verenigingen stabieler worden. Daarnaast biedt het meer kinderen, waaronder de laatbloeiers, de kans zich in alle vrijheid optimaal te ontwikkelen, wat het algehele niveau van jeugdteams op latere leeftijd positief beïnvloedt.

Tegen die tijd kunnen kinderen bovendien vaak heel goed zelf aangeven of ze willen presteren en/of recreëren. En op dat moment is plezier niet langer alleen maar een voorwaarde om te kunnen presteren, maar kunnen plezier en presteren ook prima hand in hand gaan.

Op donderdag 28/2 organiseert de Sportraad Amsterdam voor de derde keer Hot Game in De Balie. Er wordt onder leiding van Sportraadslid Arie Boomsma gesproken over de druk tot presteren die zich in en om het sportveld manifesteert. Te gast zijn onder meer oud-profvoetballer Rory de Groot, Olympiër Kirsten van der Kolk en voetbalmoeder Ellen Dikker.

Ageeth Telleman – Sportraad Amsterdam